COMITÉS VAN AANBEVELING MAKEN HET VERSCHIL

oktober 9, 2015 10:12 am Gepubliceerd door

Onlangs was ik betrokken bij de ABN AMRO Uitmarkt Business Dag. Marc Noyons & Partners was een van de deelnemers aan de denktank die het programma, de speeddate-sessies en de workshops samenstelden. In samenwerking met de Nederlandse Vereniging Toezichthouders Cultuur was er een druk bezochte bijeenkomst over cultural governance.

Iedereen ziet het belang in van een professionele raad van toezicht. Het uitgangspunt is eenvoudig. Kunst en kunstinstellingen vervullen een belangrijke rol in de samenleving. De overheid erkent dit door het verstrekken van subsidies uit publieke middelen aan een belangrijk deel van deze instellingen. Tegen deze achtergrond is goed beheer en beleid niet meer dan een maatschappelijke verantwoordelijkheid.

Ik ben zelf geen bestuurder, maar ik kan mij voorstellen dat de klankbordfunctie van zo’n raad van toezicht van groot belang is voor directies van culturele instellingen. Zinnige feedback op nieuwe ideeën kan heel waardevol zijn. Deze klankbordfunctie functioneert beter naarmate dit college divers is samengesteld. Het thema van de bijeenkomst was de rol van de kunstenaar in de raad van toezicht.

Dit kan ongetwijfeld verfrissend werken en helpen bij het slaan van bruggen tussen het werkveld en de instelling. Precies om die reden ben ik er een voorstander van om meer collega’s uit directies van culturele instellingen uit binnen- en buitenland te vragen zitting te nemen in een raad van toezicht of een stichtingsbestuur.

Als adviseur business development zie ik ook dat toezichthouders in de huidige praktijk nog vaak gericht zijn op continuïteit in financiering en op strategie – de naweeën van een steeds verder terugtredende overheid. Culturele instellingen moeten sindsdien uit alle hoeken en gaten geld bijeen sprokkelen. En bij het vinden van sponsors en schenkers kan één telefoontje van een toezichthouder met een invloedrijk netwerk wonderen doen.

Warme introducties

De culturele sector haalt regelmatig de media met prestigieuze projecten op het gebied van inrichting van gebouwen of fondsenwerving. Dat vereist – naast een raad van toezicht – ook een slagvaardig comité van aanbeveling. Als adviseur voor culturele iconen als EYE filmmuseum en het Kröller-Müller Museum, heb ik daar veel ervaring mee. Het installeren van zo’n comité is een hele effectieve manier om ambitieuze doelen te bereiken. Sterker nog: een comité van aanbeveling kan het verschil maken.

Om het businessplan van EYE te realiseren werd destijds een comité van aanbeveling aangesteld. Ik benaderde vervolgens overheden, bedrijven, fondsen en particulieren. Voor de laatste groep werd op mijn initiatief het U&EYE Fonds opgericht. Topadvocaat Johan Kleyn, actrice Monique van de Ven en vele anderen hebben daar enorm bij geholpen door hun netwerken open te stellen ten behoeve van de werving van donateurs voor het U&EYE Fonds. Jos Nijhuis, bestuursvoorzitter van Schiphol Group introduceerde mij op hoog niveau bij multinationals als Philips, Samsung en Siemens.

Voor het Helene Kröller-Müller Fonds, dat bijdraagt aan restauraties, educatieve projecten en grote tentoonstellingen van het museum, rondde ik deze zomer mijn werkzaamheden af met een mooi resultaat. Fondsvoorzitter Marjan Goslings (senior raadsheer in het Gerechtshof van Amsterdam), adviseur Michaela van Wassenaer en Marjet van Zuylen (voormalig partner bij Deloitte en commissaris) waren van onschatbare waarde door hun uitgebreide netwerken aan te boren.

QUA FUNDING IS VEEL MEER MOGELIJK DAN JE ZOU DENKEN

Ik denk ook aan actrice Johanna ter Steege, een van de initiatiefnemers van het Helene Kröller-Müller Fonds. De natuurlijke kennismaking met kunst die zij als tiener beleefde bij het Kröller-Müller Museum, dat bijzondere gevoel, wil zij doorgeven aan kinderen en volwassenen. En het fonds kan het museum – bedreven in het aanspreken van verschillende groepen bezoekers op de juiste toon – helpen dat mogelijk te blijven maken.

Jan Karel van der Staay hielp zowel bij EYE als het Kröller-Müller Museum. De voormalig general counsel bij Akzo Nobel, dacht niet alleen mee met de plannen, maar scherpte ze ook aan. Hij boorde actief zijn relatienetwerk aan wat bij gespecialiseerde banken (Lombard Odier, Hof Hoorneman) weerklank vond en substantiële bijdragen opleverde voor het Helene Kröller-Müller Fonds.

Uit beide casussen – EYE filmmuseum en het Kröller-Müller Museum – blijkt dat er veel meer mogelijk is dan je zou denken. Raden van toezicht en comités van aanbeveling kunnen een vitale functie vervullen. Als klankbord, voor strategisch advies en als trait-d’union naar mensen en middelen. Om die reden werk ik nu voor Science Center NEMO aan de samenstelling van een Kring van Ambassadeurs. En voor NDT werven we nu ambassadeurs voor het Fonds Nederlands Dans Theater.

Marc Noyons is adviseur business development in de culturele sector. In een volgende blog gaat hij in op aandelen- en obligatie- en steunfondsen voor kunstinstellingen.